kerkgemeenschap-beleidsplan

foyer
nivo hoger

 

 

op deze pagina:

bronnen van beleid

Zorgen en kansen voor dit moment

Erediensten

pastorale raad

diakonie

kerkrentmeesters

ZWO commissie

oecemene

 

Beleidsplan voor de Protestantse Gemeente te Medemblik
2006- 2010

Karakter van de gemeente

Wat voor gemeente zijn we eigenlijk? Er zijn twee dingen die opvallen; de gemeente vergrijst, en is klein geworden. In de zomer van 2005 waren er ruim 400 leden, verdeeld in 245 'pastorale eenheden'. Van hen is 22% ouder dan 70 jaar, 57% is tussen de 30 en 70 jaar, en 21% is jonger dan 30 jaar. Het jongste gemeentelid is vier jaar: kinderen worden hoegenaamd niet meer geboren in onze gemeente.

Het is elk jaar toch weer een hele opgave om nieuwe ambtsdragers te vinden. De uitdagingen zijn groot: bouwplannen, onderhoud, verhuur van de monumentale kerk, het onderhouden van een predikant en een pastorie vraagt toch wel deskundigheid en menskracht. Het bezoekwerk is voor een belangrijk gedeelte van de ouderlingen overgegaan op het Bezoekweb, maar ook voor ouderlingen blijft er het nodige over aan andere taken, die niet op te weinig schouders mogen neerkomen: coördinatie van het bezoekweb, het ouderenwerk, jeugdwerk, de Thuishaven, het groothuisbezoek, de bezinning rond kerkdiensten en liturgie...

Ook de diakonie is klein: ze redt het om de kerkordelijk voorgeschreven taken te doen (Avondmaal, finaniciële steunverlening, medewerking noodfonds, deelname in de ZWO-commissie, enz.), maar het mankeert aan menskracht om extra bezinning/actie op gang te brengen over diaconale themas.

Toch zijn er veel mensen die iets doen in de kerk: schoonmaken, gidsen, kosteren, het kerkblad maken en verspreiden, de bezoekdames, de bloemschiksters, de kerkmusici, cantorij, muziekgroep,  zijn een aantal voorbeelden: velen weten zich toch betrokken bij de Bonifaciuskerk, en zetten zich in om de gemeente op een goede manier verder te helpen.

De gemeente is gastvrij, open: ontmoeting is een belangrijk element geworden, vooral op de zondagen, bij het koffiedrinken. Niet alleen 'eigen' mensen, ook gasten en nieuw-ingekomenen zijn er van harte welkom en doen er (de eerste) contacten op.

Het kort en krachtig samenvatten waar de gemeente in gelooft, zou haar zonder meer te kort doen; in die zin bestaat "de" gemeente niet, want het geloof van haar leden is divers en uiteenlopend. Wellicht kan gezegd worden, dat mensen zich herkennen in de protestantse traditie waarin onze gemeente staat. De Bonifaciuskerk zou als model voor die gemeente kunnen dienen: een ruime plek, waarin we ieder een plaats gunnen, maar waarin ook zoveel ruimte is, dat je elkaar niet hoeft te zien of spreken. Ook van buiten de gemeente weet men de kerk te vinden, zowel om de kerk te huren voor bepaalde activiteiten, als ook om een beroep op de kerk te doen in dagen dat het leven niet vanzelfsprekend is: met name valt er dan te denken aan situaties van overlijden. De gemeente zou je dus met recht een herberg kunnen noemen. Dat wil ook zeggen, dat ze niet erg bezig is met het uitdragen van een boodschap. Ze zoekt, incidenteel, wel de publiciteit, maar vooral om mensen uit te nodigen om mee te doen. "Zendingsdrang" is de gemeente vreemd.

Ook het onderlinge geloofsgesprek is niet intensief; gemeenteleden ontmoeten elkaar op gemeenteavonden en tijdens een groothuisbezoek; dat zijn plaatsen waar ofwel over de kerk, ofwel over geloofsthema's gesproken kan worden. Gesprekskringen komen slecht van de grond, er is weinig belangstelling.

In Bronnen voor beleid staan een zestal profielen van gemeenten. Onze gemeente zou passen bij het "conciliaire model": de kerk wordt gezien als een zoekgemeenschapl Er is sprake van een 'gezamenlijke trektocht'. Hier is sprake van een open en plurale, veelkleurige leergemeenschap meet volop ruimte voor communicatie en dialoog. Er is een veelheid aan geloofsuitingen, zoals ook de bijbel een verzameling is van zeer uiteenlopende geloofsgetuigenissen. Pluraliteit is een kans, geen bedreiging. Er is ruimte voor zowel een eigen indivuele invulling van geloven als een gezamenlijke benadering.

Daarbij mag gezegd worden, dat de gemeente ook trekken heeft van het "kerk met een aanbod"-model: de pastor is beschikbaar voor alle leden, niet alleen de kernleden. De kerk is een dienstverlenend instituut, dat de behoeftevn van mensen centraal zet.

Hoewel beide modellen van toepassing zijn op onze gemeente, zijn ze geen van beide erg nadrukkelijk present. Zo gebeurt het leren meer gaandeweg, via de zondagsdiensten, en is er weinig interesse in gespreksgroepen. De veelheid van geloofsuitingen is vooral de aanwezigheid van een veelheid van geloofsbelevingen.

In het ontwikkelen van beleid, liggen er vier bronnen te onzer beschikking.
Vier bronnen, waaruit ook in onze recente geschiedenis uit geput is.

  • De bron van de Schriften en de kerkelijke tradtie
  • de bron van deze concrete samenleving
  • de bron van de geschiedenis van de gemeente
  • de bron van de eigen biografie of levensgeschiedenis.

De bron van de Schriften is de bron, die in elk geval elke zondag wordt aangeboord.

De bron van onze concrete samenleving: daarin is te noemen: het mee initiatief nemen aan het oprichten van het Noodfonds, het participeren in het eenzaamheidspreventiebeleid van de gemeente, het aanbieden van meedenken in een op te stellen rampenplan, het meedenken over de opvang van asielzoeker.

De bron van de geschiedenis van de gemeente: in elk geval heeft de gemeente een geschiedenis van in gesprek zijn en blijven over lastige thema's: Samen-op-Weg, verkoop gebouwen, huwelijkszegening van twee mensen van hetzelfde geslacht; er wordt geprobeerd zoveel mogelijk naar elkaar te blijven luisteren en besluiten zo te nemen, dat zoveel mogelijk mensen daarin mee kunnen gaan.

De bron van de eigen biografie: daarover valt in dit kader niet zo veel te zeggen, zij het dat er altijd voorbeelden zijn dat (nieuwingekomen) mensen altijd welkom zijn geweest hun ideeën en gedachten in te brengen.

Van levensbelang voor onze gemeente is een goede, heldere communicatie tussen kerkenraad en gemeente; het is erg belangrijk voor de kerkenraad om zich te realiseren, dat niet iedereen

's zondags in de kerk de mededelingen hoort; ook het 'als-bekend-veronderstelde-nieuws' is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Het komt er op aan alle nieuws, ook al is het in de kerk al meegedeeld, ook nog eens in de Onderweg te doen plaatsen.

Zorgen en kansen voor dit moment:

Hoewel we het beleid voor de komende jaren niet pessimistisch willen uitstippelen, ontkomen we er niet aan ook een aantal zorgen expliciet te noemen; het zijn nog dezelfde zorgen, die ook al in het vorige beleidsplan werden genoemd:

  • de betrokkenheid van en de betrokkenheid op de jeugd
  • de financiële situatie (de precaire situatie van de Kerkbalans-opbrengsten, en de hoge lasten)
  • de vergrijzing van onze gemeente
  • de afname van het ledental
  • de afname van het actief deelnemen aan activiteiten; met name het vinden van ambtsdragers is moeilijk geworden

Daarnaast blijven ook de kansen volop staan, en kunnen wellicht, meer dan nu, benut worden:

  • de vrijheid van geloofsuitingen in onze gemeente
  • de méér dan fraaie behuizing en inrichting, inclusief het monumentale orgel
  • het vele vrijwilligerswerk dat gedaan wordt
  • de opgebouwde goodwill met onze naaste omgeving (overheid, belangengroeperingen etc.).

Waar te beginnen?

De Protestantse Gemeente in Medemblik heeft geen blanco startpunt als we denken over het beleid voor de komende jaren.

Immers, in de afgelopen jaren is er al veel beleid bedacht, besloten en uitgevoerd. Uit het vorige beleidsplan, "bewaren en bewerken", noem ik een aantal in het oog springende zaken:

  • Vereniging: In het vorige beleidsplan kon de vereniging van de SoW-kerken nog niet voorzien worden. Toen de synodes van de landelijke kerken akkoord gingen, ontstond de mogelijkheid om ook plaatselijk de al lang gewenste verdere eenwording voor te bereiden en uit te voeren. Na een jaar van hard werken werd op zondag 28 november de eerste dienst gehouden van de Protestantse Gemeente te Medemblik. Deze nieuwe start ging gepaard met een nieuwe naam en opmaak voor ons kerkblad: van Samen-op-Weg-Nieuws werd het Onderweg; het omslag werd ontworpen door Pieter Schaap.
  • Erediensten: inmiddels werden de avonddiensten, waaronder zangdiensten en vespers, afgeschaft omdat er toch te weinig belangstelling was om op een gemotiveerde manier deze diensten te blijven motiveren. Aan het 'tweerichtingsverkeer' in de ochtenddienst werd vormgegeven door het houden van preekvoor- en nabebeprekingen. In het seizoen 2004/2005 werden met name de preekvoorbereidingen gehouden, die zich niet in veel belangstelling mochten verheugen; op één avond kwam er niemand opdagen, terwijl er ook geen afzeggingen zijn. De preeknabesprekingen vonden langer geleden plaats: ook deze bleken zich in steeds minder belangstelling te kunnen verheugen. In de laatste jaren vonden ze niet meer plaats. In de toekomst zouden dit soort activiteiten nadrukkelijker aangekondigd moeten worden via kerkblad en kansel, en zouden mensen ook individueel benaderd moeten worden. De voorbereidingsavonden worden in het algemeen toch als zinvol ervaren. Ook het aantal diensten dat mee werd voorbereid door gemeenteleden is sterk in aantal gedaald. Het koffiedrinken na de dienst wordt over het algemeen als positief, gezellig ontmoetingspunt ervaren. Veel vrijwilligers zijn er beschikbaar voor het koffiezetten en de afwas.
     
    • De Avondmaalsdiensten zijn nog steeds onverminderd slecht bezocht, zonder dat er nou precies duidelijk is wat daarvan de oorzaak is.
    • De doop is vier jaar geleden voor het laatst bediend. Sinds die tijd zijn er nog maar 1 of 2 kinderen geboren, maar de trend is dat het aantal geboortes in de gemeente sterk is afgenomen.
    • Wat de kerkmuziek betreft verheugen we ons over twee goede organisten, een muziekgroep, een Dubbelkwartet en de cantorij.
       
  • Pastorale raad
    in de achterliggende jaren bleek het onverminderd moeilijk te zijn om ouderlingen te vinden in de pastorale raad. Het individuele bezoekwerk wordt gedaan in het kader van het Bezoekweb. Ouderlingen gaan slechts incidenteel op bezoek. Omdat we de gemeente niet meer in wijken hebben opgedeeld, wordt het werk ook wat onoverzichtelijker, alhoewel de pastorale raad een jaar of twee geleden een uitgebreid taken- en afsprakenpakket heeft gemaakt. De ouderlingen organiseren met enige regelmaat ook de groothuisbezoeken.
     
  • College van diakenen: diakenen hebben het druk met de gewone regeldingen van de kerk. Het armoedebeleid resulteerde al enige jaren geleden in het oprichten van en deelnemen aan het Noodfonds Medemblik, i.s.m. de RK Caritas en de burgerlijke gemeente.
     
  • College van kerkrentmeesters: De insteek van het beheer van de gebouwen is, om de gebouwen zo goed mogelijk in te richten voor de activiteiten van de gemeente, maar ook ten dienste te laten zijn van anderen: Muziekschool, Bontheater, Boekenmarkt, Openstelling in de zomer. De burgerlijke gemeente ging niet in op onze suggestie om het gebouw te bezien op zijn geschiktheid als noodopvang in geval van een ramp. Veel tijd steekt het college in het studeren op plannen voor uitbreiding van de huidige bijgebouwen. De uitbreiding is zeer gewenst, maar ze moet ook financiëel te behappen zijn. Ander aandachtspunten in het beheer zijn de Kerkbalans, de verkoop van Ons Huis en de pastorie.
     
  • De predikant komt niet jaarlijks toe aan het schrijven van een werkverslag; aan de andere kant: er is wel het regelmatige overleg in kerkenraad, pastorale raad, en moderamen.
     
  • De ZWO-commissie begon twee jaar geleden aan een nieuwe start. De commissie is erg klein. Beperkt door de geringe menskracht, probeert de commissie aan te sluiten bij de activiteiten van de landelijke campagne "De aarde ademt op" inmiddels omgedoopt tot het "Klimaatplan". Helaas trok de presentatie over De aarde ademt op maar twee belangstellenden. Ook bezint de commissie zich op manieren het werk minder intensief te maken: kunnen abonnementen van bladen als de Elizabethbode en Vandaar niet door lezers rechtstreeks worden aangegaan met de uitgever? Het sturen van betalingsherinneringen en het innen van achterstallig abonnementsgeld vraagt veel tijd en aandacht. Ook heeft de ZWO-commissie een proeftraject gestart, om twee keer per jaar Kerkinactie rechtstreeks onze leden aan te laten schrijven, in plaats van dat onze leden een acceptgiro aantreffen in het kerkblad.
     
  • Het laatste beleidsplan bevatte geen aparte paragraaf voor het jeugdwerk. Het zou goed zijn om voor de komende jaren toch expliciet te formuleren wat voor mogelijkheden we in onze gemeente zien voor het jeugdwerk.
     
  • Oecumene: In St. Martinus bleek de RK-parochie niet meer mee te willen/kunnen werken aan de oecumenische kerstdienst en avondgebedsdiensten in de Veertigdagentijd. De oecumenische diensten in januari en de vredesweek gaan nog steeds door.

Tenslotte

Dit beleidsplan wil en kan er niet om heen, dat de gemeente zich in bepaalde opzichten in moeilijke tijden bevindt. Financieel is onze situatie niet vanzelfsprekend stabiel, en ook de vergrijzing speelt een belangrijke rol. De bezetting van de kerkenraad is ook een jaarlijks terugkerende zorg.

Niettemin willen we onderstrepen, dat we deze zorgen eerder als uitdaging willen zien dan als noodlot. Er wordt in en aan de gemeente veel vreugde beleefd, er wordt veel goeds gedaan door heel veel mensen, en velen vinden er in moeilijke tijden een toevluchtsoord.

We hopen dan ook dat voor de lezer(es) van dit plan en voor degene die ermee aan het werk gaat een ondertoon van hoop en vreugde hoorbaar is gebleven in dit plan.

Voor de afzonderlijke beleidsplannen van de diverse colleges ga naar:

beleidsplan pastorale raad

beleidsplan college van diakenen

beleidsplan college van kerkrentmeesters

beleidsplan ZWO commissie

 

Bovenkant deze pagina