Wat voor gemeente zijn we eigenlijk? Er zijn twee dingen die opvallen; de gemeente vergrijst, en is klein geworden. In de zomer van 2005 waren er ruim 400 leden, verdeeld in 245 'pastorale eenheden'. Van hen is 22% ouder dan 70 jaar, 57% is tussen de 30 en 70 jaar, en 21% is jonger dan 30 jaar. Het jongste gemeentelid is vier jaar: kinderen worden hoegenaamd niet meer geboren in onze gemeente.
Het is elk jaar toch weer een hele opgave om nieuwe ambtsdragers te vinden. De uitdagingen zijn groot: bouwplannen, onderhoud, verhuur van de monumentale kerk, het onderhouden van een predikant en een pastorie vraagt toch wel deskundigheid en menskracht. Het bezoekwerk is voor een belangrijk gedeelte van de ouderlingen overgegaan op het Bezoekweb, maar ook voor ouderlingen blijft er het nodige over aan andere taken, die niet op te weinig schouders mogen neerkomen: coördinatie van het bezoekweb, het ouderenwerk, jeugdwerk, de Thuishaven, het groothuisbezoek, de bezinning rond kerkdiensten en liturgie...
Ook de diakonie is klein: ze redt het om de kerkordelijk voorgeschreven taken te doen (Avondmaal, finaniciële steunverlening, medewerking noodfonds, deelname in de ZWO-commissie, enz.), maar het mankeert aan menskracht om extra bezinning/actie op gang te brengen over diaconale themas.
Toch zijn er veel mensen die iets doen in de kerk: schoonmaken, gidsen, kosteren, het kerkblad maken en verspreiden, de bezoekdames, de bloemschiksters, de kerkmusici, cantorij, muziekgroep, zijn een aantal voorbeelden: velen weten zich toch betrokken bij de Bonifaciuskerk, en zetten zich in om de gemeente op een goede manier verder te helpen.
De gemeente is gastvrij, open: ontmoeting is een belangrijk element geworden, vooral op de zondagen, bij het koffiedrinken. Niet alleen 'eigen' mensen, ook gasten en nieuw-ingekomenen zijn er van harte welkom en doen er (de eerste) contacten op.
Het kort en krachtig samenvatten waar de gemeente in gelooft, zou haar zonder meer te kort doen; in die zin bestaat "de" gemeente niet, want het geloof van haar leden is divers en uiteenlopend. Wellicht kan gezegd worden, dat mensen zich herkennen in de protestantse traditie waarin onze gemeente staat. De Bonifaciuskerk zou als model voor die gemeente kunnen dienen: een ruime plek, waarin we ieder een plaats gunnen, maar waarin ook zoveel ruimte is, dat je elkaar niet hoeft te zien of spreken. Ook van buiten de gemeente weet men de kerk te vinden, zowel om de kerk te huren voor bepaalde activiteiten, als ook om een beroep op de kerk te doen in dagen dat het leven niet vanzelfsprekend is: met name valt er dan te denken aan situaties van overlijden. De gemeente zou je dus met recht een herberg kunnen noemen. Dat wil ook zeggen, dat ze niet erg bezig is met het uitdragen van een boodschap. Ze zoekt, incidenteel, wel de publiciteit, maar vooral om mensen uit te nodigen om mee te doen. "Zendingsdrang" is de gemeente vreemd.
Ook het onderlinge geloofsgesprek is niet intensief; gemeenteleden ontmoeten elkaar op gemeenteavonden en tijdens een groothuisbezoek; dat zijn plaatsen waar ofwel over de kerk, ofwel over geloofsthema's gesproken kan worden. Gesprekskringen komen slecht van de grond, er is weinig belangstelling.
In Bronnen voor beleid staan een zestal profielen van gemeenten. Onze gemeente zou passen bij het "conciliaire model": de kerk wordt gezien als een zoekgemeenschapl Er is sprake van een 'gezamenlijke trektocht'. Hier is sprake van een open en plurale, veelkleurige leergemeenschap meet volop ruimte voor communicatie en dialoog. Er is een veelheid aan geloofsuitingen, zoals ook de bijbel een verzameling is van zeer uiteenlopende geloofsgetuigenissen. Pluraliteit is een kans, geen bedreiging. Er is ruimte voor zowel een eigen indivuele invulling van geloven als een gezamenlijke benadering.
Daarbij mag gezegd worden, dat de gemeente ook trekken heeft van het "kerk met een aanbod"-model: de pastor is beschikbaar voor alle leden, niet alleen de kernleden. De kerk is een dienstverlenend instituut, dat de behoeftevn van mensen centraal zet.
Hoewel beide modellen van toepassing zijn op onze gemeente, zijn ze geen van beide erg nadrukkelijk present. Zo gebeurt het leren meer gaandeweg, via de zondagsdiensten, en is er weinig interesse in gespreksgroepen. De veelheid van geloofsuitingen is vooral de aanwezigheid van een veelheid van geloofsbelevingen.
In het ontwikkelen van beleid, liggen er vier bronnen te onzer beschikking.
Vier bronnen, waaruit ook in onze recente geschiedenis uit geput is.
- De bron van de Schriften en de kerkelijke tradtie
- de bron van deze concrete samenleving
- de bron van de geschiedenis van de gemeente
- de bron van de eigen biografie of levensgeschiedenis.
De bron van de Schriften is de bron, die in elk geval elke zondag wordt aangeboord.
De bron van onze concrete samenleving: daarin is te noemen: het mee initiatief nemen aan het oprichten van het Noodfonds, het participeren in het eenzaamheidspreventiebeleid van de gemeente, het aanbieden van meedenken in een op te stellen rampenplan, het meedenken over de opvang van asielzoeker.
De bron van de geschiedenis van de gemeente: in elk geval heeft de gemeente een geschiedenis van in gesprek zijn en blijven over lastige thema's: Samen-op-Weg, verkoop gebouwen, huwelijkszegening van twee mensen van hetzelfde geslacht; er wordt geprobeerd zoveel mogelijk naar elkaar te blijven luisteren en besluiten zo te nemen, dat zoveel mogelijk mensen daarin mee kunnen gaan.
De bron van de eigen biografie: daarover valt in dit kader niet zo veel te zeggen, zij het dat er altijd voorbeelden zijn dat (nieuwingekomen) mensen altijd welkom zijn geweest hun ideeën en gedachten in te brengen.
Van levensbelang voor onze gemeente is een goede, heldere communicatie tussen kerkenraad en gemeente; het is erg belangrijk voor de kerkenraad om zich te realiseren, dat niet iedereen
's zondags in de kerk de mededelingen hoort; ook het 'als-bekend-veronderstelde-nieuws' is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Het komt er op aan alle nieuws, ook al is het in de kerk al meegedeeld, ook nog eens in de Onderweg te doen plaatsen.
Zorgen en kansen voor dit moment:
Hoewel we het beleid voor de komende jaren niet pessimistisch willen uitstippelen, ontkomen we er niet aan ook een aantal zorgen expliciet te noemen; het zijn nog dezelfde zorgen, die ook al in het vorige beleidsplan werden genoemd:
Daarnaast blijven ook de kansen volop staan, en kunnen wellicht, meer dan nu, benut worden:
De Protestantse Gemeente in Medemblik heeft geen blanco startpunt als we denken over het beleid voor de komende jaren.
Immers, in de afgelopen jaren is er al veel beleid bedacht, besloten en uitgevoerd. Uit het vorige beleidsplan, "bewaren en bewerken", noem ik een aantal in het oog springende zaken: