Gedenken Gedenken
Als kerk gedenken wij de mensen van voorbij. Gemeenteleden die met ons geleefd hebben.
Die in ons midden waren – hetzij als actief kerkganger, hetzij aan de rand.
Allen zijn zij kinderen van God, zowel in leven als in de dood.
 
In ons kerkgebouw hebben wij een gedachtenishoek, waar hun namen staan geschreven, ieder op een wit steentje.
Op de voleindingszondag in november worden de families uitgenodigd om het steentje van hun dierbare gestorvene in ontvangst te nemen.
 
Hiermee proberen wij vorm te geven aan de Bijbeltekst “Wie overwint zal ik van het verborgen manna geven, en ook een wit steentje waarop een nieuwe naam staat die niemand kent, behalve degene die het ontvangt.” (Openbaring 2, 17b)


 


In de gedachtenisdienst op 22 november 2020 gedenken wij:

Aafje Rustenburg-Klaver
Jacobus Klaas Steeman
Alfred Wijand
Jelke Huitema
Jan Beek
Theresia Johanna Welp-van Woggelum
Leendert Voorhuijzen
Riekelt Pasterkamp
Geert de Graaff
Maria Jager-Janse
Klaas Dirk Meurs


Klaas Dirk Meurs
29 september 2020 op de leeftijd van 89 jaar

Op 29 september 2020 overleed Klaas Dirk Meurs op de leeftijd van 89 jaar. Al langer verlangde hij naar rust. Al langer was er zorg nodig. Daarom verhuisden hij en Trijnie eind vorig jaar naar de Ridderstraat, naar Martinus, waar goede zorg voor handen was. En zo overleed Klaas in de rust van zijn eigen omgeving.
Klaas werd geboren in Opperdoes op 20 november 1930. Daar ontmoette hij een meisje uit Medemblik, Trijnie. Allebei waren zij opgegroeid met kerk en geloof. Gaandeweg zochten zij samen daarin de ruimte. Niet meer het strakke geloof van vroeger, niet meer de dogma’s, maar het léven, daar moet je het mee doen. Actieve kerkgangers werden zij niet. Aandacht en zorg voor elkaar en voor anderen was er des te meer. Met liefde en een lach werd het een huwelijk van bijna 60 jaar.
Klaas was een dierbare man, een lieve oom, een broer, zwager, vriend. Opgeleid tot hovenier was hij een harde werker. De natuur bleef zijn lust en zijn leven. Hij kende de prachtige paddestoelen. Hij kende van alles wat groeit de Latijnse namen. En hij deelde die kennis graag.
Klaas was ook een aanwezige man, die van het leven kon genieten. Vasthoudend. Vol humor. Kenmerkend was zijn luide lach. Toen die lach zweeg, werd het stil. ‘Oorverdovend stil’ zei Trijnie. In die stilte en in alles zal hij worden gemist.
Op 5 oktober kwam het afscheid. In het crematorium in Hoorn waren we voor het laatst om hem heen. We hielden ons vast aan waardevolle woorden, die al heel lang met Trijnie meegaan: ‘De dag breekt aan, de schaduw gaat voorbij…’
Eens komt er een nieuwe dag, waarop de schaduwen van ziek en zeer, van zorgen en gemis voorbij zijn. Eens vinden we rust. Zoals Klaas eindelijk de rust en de stilte ontving, waar hij zo naar verlangde. 
Met de woorden van het Onze Vader gaven we hem uit handen. 
In hoop en vertrouwen op God.

Maria Jager-Janse
8 september 2020 op de leeftijd van 92 jaar

Op 10 december 1927 werd Maria Janse geboren, Rie. Ze was 92 jaar toen zij op 8 september 2020 overleed, in haar eigen omgeving, de Valbrug, haar thuis van de laatste 20 jaar.
Naast verdriet is er bij haar kinderen, klein- en achterkleinkinderen ook grote dankbaarheid voor alles wat zij voor hen was en heeft betekend.
Rie groeit op in Oud-Vossemeer, op het Zeeuwse land. In een orthodox Nederlands Hervormde kerk wordt zij gedoopt. In haar jeugd moeten de kinderen vaak meewerken op het land en in huis. Ook zij heeft dat al jong gedaan, met later het gevoel dat ze nauwelijks kind is geweest. De boeren, de klompen, de koeien, de wastobbe, de zorg voor de broertjes Jo en Jan, de sokken met gaten die gestopt moeten worden. Dat is de sfeer om haar heen.
Mét ook vele mooie uren. Vader en moeder hebben het goed met elkaar. Moeder waardeert het, als Rie haar verrast met werk dat gedaan is. Vader neemt haar ’s avonds mee naar het voeren van de paarden. Van die sterke Zeeuwse paarden geniet ze. En iets van hun kracht draagt zij haar hele leven mee. 
Als Rie 14 jaar is, krijgt haar vader werk bij een boer in de Wieringermeer. Van Zeeland naar Noord-Holland verhuizen, het voelt in die tijd alsof je emigreert.
Halverwege de jaren ‘40 werkt Rie in de huishouding bij een ingenieur in Medemblik. Daar ontmoet ze Pieter Jager. In 1947 trouwen zij. Na die tijd verandert er veel. Je begint met inwonen en met ‘niets’. Daarna van een ‘oud hok’ naar een huis. Er komt elektriciteit, een stofzuiger, een radio, een wasmachine! In 1962 krijgen Rie en Pieter het huis aan de Koggenlaan. Zij trekken er in met vier kinderen, Lien, Thea, Gre en Bram. Dit blijft 38 jaar een thuis en levert de mooiste tijd en de meeste herinneringen op.
Voor Rie is er de zorg voor het gezin en verschillend werk; ze heeft mooie jaren in Hotel West. Ook verschillend vrijwilligerswerk pakt ze op, voor de wandelclub, voor de kerk en meer. Op haar 80e heeft ze nog een volle agenda.
In 1997 overlijdt Pieter. Ontelbaar worden dan de voetstappen van Rie op begraafplaats Zorgvliet.
In 1998 overlijdt Wim, de man van dochter Thea. Het zijn moeilijke jaren voor heel de familie.
In december 2019 overlijdt Thea. Bijna Kerst, maar ‘geen vrede op aarde,’ zegt Rie…
In haar jeugd kreeg zij het geloof mee. Heel haar leven houdt het betekenis voor haar en vindt zij er steun in. Geloof, en ook gevoel, zijn voor Rie niet gemakkelijk te verwoorden. Liever laat zij het in daden zien. Ze is zorgzaam. Ze heeft lief. Ze geeft alles wat ze geven kan.
Zo staat zij dichtbij het mooiste in de bijbel: liefde voor God en elkaar.
In de dankdienst voor haar leven klinken dan ook woorden vol liefde en zorgzaamheid.
Op 14 september is haar grote familie samen in de Bonifaciuskerk. Haar liederen worden beluisterd en gezongen, oude muziek vol herinneringen. We horen psalm 23, ‘De Heer is mijn herder…’ en
I Korintiërs 13: 4-13, een tijdloos liefdeslied.  
Daarna wacht Zorgvliet, het vertrouwde graf. In de warme aarde én ver boven ons begrijpen vindt zij haar Pieter weer. En ook Thea zal er zijn. Dit is vertrouwen: Samen geborgen bij God. Voor altijd en in liefde.

Geert de Graaf
28 augustus 2020 op de leeftijd van 90 jaar

Op 28 augustus 2020 overleed Geert de Graaf, bijna 91 jaar. Vanaf december namen zijn krachten en gezondheid af. Het was echter zijn diepe wens om tot het laatst in zijn eigen huis te blijven. Hoewel er meer en meer voor hem gezorgd moest worden, werd die wens werkelijkheid: geen ziekenhuis en geen opname ergens anders. Het maakte zijn familie dankbaar.
Geert werd geboren in Opperdoes op 8 september 1929. Hij groeide op in een gezin met twee broers boven hem en twee broers en twee zussen onder hem. Zijn zusje Janny werd slechts 9 jaar oud. Zo werd Geert zich op jonge leeftijd al bewust van de kwetsbaarheid van gezondheid en de vele hulp die mensen dan nodig kunnen hebben. ‘Het heeft heel mijn leven bepaald,’ zei hij.
Geert bleek niet in de wieg gelegd voor boerenknecht. In die tijd lag in het gezin en in het dorp het landbouwwerk voor de hand, maar Geert koos anders. Hij verliet zijn thuis en ging de verpleging in. Hij wilde helpen en zorgen en werd leerling-verpleegkundige. In zijn weinige vrije tijd volgde hij extra medische opleidingen en haalde alle kruisjes. Daarna daagden zijn collega’s hem uit: ‘En nu je ooievaartje nog…’
Geert voelde mensen aan, zág hen, luisterde naar hen, zorgde, verpleegde. Zo ontwikkelde hij zich van verpleegkundige tot hoofdverpleegkundige tot afdelingshoofd. De laatste 30 jaar werkte hij in Rotterdam, in het Zuiderziekenhuis.
Heel zijn leven is hij kerkelijk betrokken geweest. En ook bij hem waren geloof en leven met elkaar verweven als de wortels van een plant. Hij zag in het ziekenhuis veel ellende, maakte verdriet mee. In de wereld zag hij haat. Geloven kon grote vragen oproepen. Soms twijfel over God, want… waarom? 
Toch bleef hij bidden. Toch zat er een diepgeworteld geloof in hem, een vertrouwen op een nabije en zorgende God. Het hield hem gaande in alles.
Voor zijn familie was Geert lieve broer, zwager en oom. Denkend aan hem kwamen waardevolle woorden in gedachten: eerlijk, doorzetten, standvastig, sociaal, zorgzaam en behulpzaam. En dat mochten ook buren en mensen om hem heen ervaren.
Vanuit Rotterdam werd Medemblik een nieuwe start en de Overtoom 20 jaar lang zijn thuis. 
Hij genoot ervan. Weliswaar geen tuin, maar wel vele bloeiende planten onder zijn groene vingers.
Ook in de gemeente van de Bonifaciuskerk vond hij een thuis, en niet alleen op zondag. Geert verdiepte zich in de historie van de kerk en werd voor gasten een goede gids. Zolang het kon, stak hij zondagochtend over, van Overtoom naar Kerkplein, om de dienst en de koffie niet te missen.
Toen kwam op 2 september het afscheid. In de dankdienst voor zijn leven stond psalm 23 centraal: ‘De Heer is mijn herder…’ Zo bekend en altijd weer nieuw.
Daarnaast ‘Wat de toekomst brengen moge…’ en psalm 42, het lied van de moede hinde. En het lied van Janny klonk, ‘Veilig in Jezus’ armen’.
Op de begraafplaats in Opperdoes vond hij een laatste rustplaats, dichtbij zijn zusje. Ook Geert is nu veilig en geborgen. Want God is bij hem. Eindeloos.

Riekelt Pasterkamp 
13 juli 2020 op de leeftijd van 88 jaar.
Op 13 juli 2020 overleed Riekelt Pasterkamp op de leeftijd van 88 jaar.
Begin dit jaar bleek, dat hij ziek was en dat medicatie een zwaar traject zou worden. Voor de tijd die hem nog restte, koos Riekelt liever voor wat goede dagen, dan voor meer zieke dagen. Met goede verzorging kon hij zo in zijn vertrouwde omgeving blijven en is hij rustig thuis gestorven.
Riekelt werd op 25 oktober 1931 op Urk geboren. Vanaf het begin heeft hij het geloof meegekregen; hij bleef er heel zijn leven dankbaar voor. Alles heeft hij meegemaakt: de knapenvereniging, de jongelingsvereniging, de mannenvereniging, de bijbelverhalen, de gebeden aan tafel, de psalmen op hele noten, het Urker mannenkoor. En nog altijd een abonnement op ‘Urker land’. Urk bleef hem vertrouwd.
Traditioneel was zijn geloof, stevig, een vast vertrouwen op God, op Jezus en op een tijd na dit leven. Dat de dood het laatste woord niet heeft, hij was ervan overtuigd en kon dan ook zeggen:
‘Ik weet waar ik heen ga.’
Tijdens een opname in verband met tuberculose kwam patiënt Pasterkamp zuster Mulder tegen. Twee jonge mensen, die een praatje maakten en nog een praatje… Voor patiënt en zuster verboden, maar toch het werd een harmonieus huwelijk tussen Tine en Riekelt. Zij kregen drie zonen: Lub, Harrie en Gerard en gaandeweg werd het gezin steeds groter. In 2011 overleed moeder Tine. Ook zij vond steun en uitzicht in haar geloof.
In 1966 kwam het gezin naar Medemblik. Riekelt werd hier havenmeester, een baan die hij graag wilde. Aan het Achtereiland woonde de oude havenmeester nog. Dus trokken zij eerst in de leegstaande pastorie van de Gereformeerde kerk en verhuisden daarna naar het havenmeestershuis aan het Achtereiland. Met een tuin waarvan Riekelt genoot. Met een schuurtje waarvan hij genoot… vele palingen vonden daar in het vette pannetje hun laatste bestemming.
Kerkelijk waren zij verbonden aan de - toen nog - Gereformeerde kerk. Na het samengaan van de kerken bleven zij ook vele jaren trouw hier in de Bonifacius. De laatste tijd ging Riekelt af en toe naar de Doopsgezinden in de Tuinstraat. Hij waardeerde de diensten en de gesprekken na de dienst.
Riekelt was een sociaal man. Hij hield van een goed gesprek en van een goed geloofsgesprek. Als het even kon daagde hij een ander daartoe uit, in de hoop dat de ander daarop zou ingaan. Zo had hij ook in de vriendschap met Reina de mooiste gesprekken.
Riekelt was een zorgzame vader, een lieve opa. Hij wás er voor zijn kinderen. Een harde werker, loyaal, collegiaal, handig, met een groot gevoel voor humor. Een man, die in alles zal worden gemist.
Op 18 juli hebben we in de Bonifaciuskerk afscheid van hem genomen. Met muziek waar hij van hield, met woorden die zijn geloof omvatten, woorden om te delen. Dat de dood niet het laatste woord heeft… Dat hij weet waar hij heengaat… En dat God bij hem en ons allen is…
In dit vertrouwen legden we op Zorgvliet Riekelt terug in Gods hand.

Leendert Voorthuijzen
29 juni 2020 op de leeftijd van 84 jaar

Op 29 juni 2020 en op de leeftijd van 84 jaar overleed Leen Voorthuijzen, thuis, in alle rust, met om hem heen de mensen die hem het liefst waren.
Er lagen onzekere maanden achter hen, soms met hoop, vaker voelend dat het einde komen zou.
Leen wist dat en leefde er samen met Simone intens naar toe. Denkend over alles, pratend over alles, terugkijken op alles en vooruitkijkend vertrouwend op Gods liefde en goedheid.
Hij werd geboren in Medemblik op 10 maart 1936, een zondagskind, gedoopt als Leendert.
Aan de Oosterhaven in het huis met de gouden bel groeide hij op. Waarbij het leek of hij een engeltje op zijn schouder had. Moeder zei keer op keer ‘niet voorbij de muur’. Hij ging toch voorbij de muur. En keer op keer moest die kleine uit het water van de haven worden gevist…
Met glimmende ogen vertelde Leen de vele verhalen van vroeger. Van het kattenkwaad met zijn broer en het dansen met zijn vrienden. Van de rijke tijd en de arme tijd. Van varen op de Medemblik 3 en vissen en verdienen. Het geld was voor moeder, voor het gezin.
Geloof laat hij gaandeweg los. Hij kan niets meer met de streng gereformeerde sfeer uit zijn jeugd. En dan is daar ineens Simone en zij is gewend naar de kerk te gaan en blijft dat doen. Zij laat hem er vrij in. En dan schuift hij op een goede zondag zomaar ineens naast haar in de kerkbank.
Gaandeweg krijgt het geloof weer een plaats in zijn leven. En het wordt een waardevol aspect in het huwelijk, dat Leen en Simone op 21 oktober 1960 beginnen. De trouwtekst kwam uit het boek Spreuken, Spreuken 3 vers 6:
Denk aan hem bij alles wat je doet, dan baant hij voor jou de weg.
Houd God in gedachten, dan ligt er een begaanbare weg voor je. Het werd voor hen weg in liefde en trouw. Voor elkaar en voor hun kinderen en kleinkinderen.
Het water, het varen, het schip, het paste bij Leen. Hij vertelde van het IJsselmeer en de Noordzee, van de Banjaard en de Noord-Holland, van Rijks Waterstaat en het Havenkantoor en van de Mees Toxopeus, een schip dat hij met liefde onderhield.
En Ameland paste bij Leen. De vakanties met de kinderen, met vrienden.
En de kerk paste bij Leen. Hij was er voor onze gemeente. De Bonifacius draagt zijn ontelbare voetstappen. Als koster en bij uitvaarten en als grasmaaier; altijd als het nodig was, was hij er.
Ook wij zullen hem missen.
Met de bijbel open bij de Spreuken en bij Psalm 121 namen we op 3 juli vanuit de Bonifaciuskerk afscheid van Leen. Het leven was op. Er was nu rust. De laatste dagen met zijn gezin waren meer dan goed. Gemis en dankbaarheid stonden en staan naast elkaar, vergezeld van liefde en vertrouwen. Zo laten we hem los in Gods liefde én bewaren wij hem. Met een glimlach…

Trees Welp
8 Mei 2020 op de leeftijd van 83 jaar

Theresia Johanna Welp - van Woggelum. “Het kwam onverwacht, maar het is goed zo…” Met deze woorden opent het bericht van het overlijden van Theresia Johanna Welp-van Woggelum. Vrijdag 8 mei stierf Trees thuis in de Valbrug, op de leeftijd van 83 jaar. Zij werd geboren op 1 oktober 1936 in Delft en heeft daar haar jeugd doorgebracht. Met haar man Wim verhuisde zij naar Velsen en later naar Heemskerk. Zij kregen samen drie kinderen: Bram, Jeannette en Luc. Onderweg, juli augustus 2020 5 Naast thuis werkte Trees vele jaren en vol fantasie als activiteitenbegeleidster. En toen keerde het leven… Wim overleed. Zonder haar lieve man moest Trees verder, 47 jaar oud en alleen in het grote huis in Heemskerk. Het kostte haar jaren om het leven weer wat op te pakken. Op een dag wandelde zij met haar dochter door Medemblik, over het Van Houweningepark en daar stond een huis te koop. “Hier wil ik wonen,” zei ze. En dat lukte. Trees, 70 jaar nu, was toe aan een nieuw begin. Het werden 14 mooie jaren, waarvan zij geen seconde spijt heeft gehad. Ooit vertelde Trees over haar geloof. Dat geloof in God haar sterke basis was. Een basis, dat is grond onder de voeten, waarop je kunt vallen en opgevangen wordt, waarop je kunt leven én geloven. Trees was van huis uit rooms-katholiek. Maar voor haar zat geloof niet in één kerk, juist niet. Geloof moest niet in kerken vast liggen, maar de ruimte krijgen. Zij voelde zich thuis in kerken waar zij die ruimte voelde. Zo voelde zij zich ook thuis in de Bonifaciuskerk. Desalniettemin… het is haar woord… desalniettemin heeft zij altijd activiteiten opgepakt, zowel in de rooms-katholieke kerk als in de protestantse Bonifacius. Een mens en het denken en het geloof… het moest niet in een hokje. We geloven toch in dezelfde God? Trees had een stevige eigen mening en kwam daar ook voor uit. Eigenzinnig was ze, toch In de goede zin van het woord… Zij had humor en waardeerde een goed gesprek. Gaandeweg leerde zij de Westfriese aard kennen. West-Friezen zijn eerlijk en recht voor z’n raap. Dat paste bij Trees, die - soms lastig - net zo recht voor z’n raap kon zijn. In Medemblik heeft zij veel contacten opgebouwd. Bijna iedereen kende haar. Wandelen met de groep, sporten, zingen, creatief bezig zijn o.a. met keramiek en schilderijen, naar concerten samen, helpen bij de ouderenmiddag, koffie zetten in de kerk en de gezelligheid na de dienst. Zij was er. Samen iets doen, contact met mensen, de eenheid bewerken en bewaren. Dat was Trees. Dat was en is waardevol. Zo werd zij één van ons. En het was goed. Onderweg, juli augustus 2020 6 Ze wist, dat ze gedachten kwijt raakte, dat zij dingen vergat, dat het steeds vaker gebeurde. En toch kon zij daarvan zeggen: ‘Ik vind het niet erg; het hoort bij dit stuk leven…’ Korter dan verwacht woonde Trees in de Valbrug. Sneller dan verwacht ging zij achteruit. Het leven was op, voluit geleefd en het is goed zo. Op 13 mei namen we afscheid van haar, in het vertrouwen, dat ook zij wordt opgevangen door wie weet misschien wel God… Deze laatste woorden zijn van Trees zelf, uit haar gedicht over de zomertijd: Zon Getooid en feestelijk geel omrand door gouden stralen worden warme trillingen als koestering ervaren. Ontspanning - zaligheid - genot Gezonde door wie weet misschien wel God.

Jan Beek
22 maart 2020 op de leeftijd van 93 jaar

Jan werd geboren op 3 maart 1927 als jongste zoon van Nicolaas en Grietje, in de Torenstraat, aan de voet van de Bonifaciuskerk. In zijn leven heeft deze kerk altijd een belangrijke rol gespeeld. Hij was actief als diaken, ouderling, jeugdleider, koster, grasmaaier, gids of hoog op het dak als er iets repareren viel. Levenslang gemeentelid. Levenslang een markante Medemblikker. Timmerman, brandweer, bij de jachthaven, de man met de hopjes en altijd tijd voor een gesprek, de man met ‘Bekenstreken’ en grappen en grollen. Als jongen haalde hij al van alles uit. Soms waren zijn zussen het slachtoffer, soms moeder en oma, en later eerwaarde nonnen die nat uit hun bootje kwamen als Jan langs was geweest. Op 11 december 1959 trouwde hij met Leida; zij vonden hun thuis aan de Oude Haven. Met Alma en Margriet werden zij vader en moeder Beek. Naast de grappen leerden de kinderen veel van hem. Hij had een grote interesse en deelde die graag, bij voorkeur de vaderlandse geschiedenis. Zijn boekenkast stond vol met geschiedenisboeken. Van hem leerde je ook schaatsen, zeilen, schaken, tafeltennissen. Onderweg, mei juni 2020 7 Hij nam Alma en Margriet en later kleindochter Alieke mee, onderweg door Medemblik, op de fiets en in de auto en zij genoten. Op latere leeftijd volgde een verhuizing naar de Wijdesteeg, waar in 2007 Leida overleed. Jan pakte daarna op een bewonderenswaardige manier zijn leven op. Hij zorgde voor zichzelf zo lang het kon. Vindingrijk bedacht hij briljante oplossingen vóór problemen en tégen kwalen. Uien in heel het huis. Een katrollen-systeem voor het touwtje uit de brievenbus. Niemand snapte het, alleen hij. Nog steeds genoot hij van de planten, de bollen en de bloemen, van tekenen, van klassieke muziek en mooie boeken. Toen Jan meer en meer afhankelijk werd, verhuisde hij in 2019 naar Martinus. Ook daar liet hij de mensen lachen, met wederzijds plezier. Op 28 maart gedachten wij hem in een dienst in de Bonifaciuskerk. Temidden van een kleine kring familie en vrienden was hij weer even terug in zijn vertrouwde kerkelijke huis. En het kon niet anders, er klonk een vertrouwde psalm, dé psalm van de familie Beek, psalm 121. Waar komt je hulp vandaan? Waaraan kun je je aan vasthouden, ín dit leven en ná dit leven? Ik sla mijn ogen op naar de bergen, van waar komt mijn hulp? De HEER houdt de wacht over je gaan en je komen van nu tot in eeuwigheid. De psalm verbond en verbindt ons door alle tijden. En zij die gestorven zijn bewaren we in ons hart, in gedachten, in dankbaarheid, in vertrouwen, in geloof, hoop, liefde. Op de begraafplaats Zorgvliet vertrouwden wij Jan, de lieve en trotse vader en opa, toe aan de aarde, terug in Gods hand.

Jelke Huitema
19 maart 2020 op de leeftijd van 71 jaar.

Jelke, voor wie hem kende, werd geboren op 28 november 1948 en hij groeide uit tot een bijzondere Medemblikker. Als hij iets voor ogen had, was hij niet te stoppen, of het nu goed zou aflopen of minder goed. Een tekenende uitspraak van hem was: ‘Wij reven niet.’ Je geeft niet op. Ook al stormt het, je laat je zeilen niet zakken. Als jongen van 15-16 jaar gaf zijn opa hem op de volle zee van het IJsselmeer even het stuur in handen van het schip, waarop zij voeren. En zoals hij met dat stuur het schip en de koers in handen had, zo hield hij ook zijn leven in handen. Jelle was voor Nel een bijzondere man. Een steunbeer, die het tegelijk krachtig kon laten stormen. Een stoere pa, die er voor zijn kinderen was, als zij hem nodig hadden. Een trotse opa, die enorm verguld was met zijn kleinkinderen. Jelle was de ongrijpbare vrije vogel, onderweg met zijn vrachtauto. De man vol dadendrang, die zo gul kon zijn en zoveel ondernomen heeft. Hij nam risico’s, vaak tegen beter weten in. Om in scheepstaal te blijven: Dan voer hij toch uit. Want wij reven niet. Eind 1999 werd hij door een herseninfarct getroffen; vijf jaar later volgde een ernstige hersenbloeding. Noodgedwongen werd de man, die niet te stoppen was, stil gezet. En toen het thuis niet meer kon, verhuisde Jelle naar de Valbrug, waar hij nog ruim 12 jaar werd verzorgd. Op 25 maart namen we in besloten kring afscheid van Jelle in het crematorium Waerdse Landen in Heerhugowaard. Onderweg, mei juni 2020 6 Het bericht van zijn overlijden opende met de zin: ‘een schip vaart uit…’ Ook deelden Nel en de kinderen met ons de volgende zin van de schrijver Gonsui: ‘Heel aan het einde ging de herfststorm over in ’t geruis van de zee.’ En zo konden we Jelle en onszelf herkennen in het bijbelverhaal van Marcus over de storm op het meer. Ruwe stormen mogen woeden, maar als Jezus zegt ‘Wees niet bang’ gaat de wind liggen. Een schip vaart uit… Je blijft het nakijken tot het achter de horizon verdwijnt. Ook dit schip komt buiten ons gezichtsveld weer ergens anders aan. Zo gaven we Jelle uit handen. In vertrouwen. En ons rest het geruis van de zee…

Aafje Rustenburg-Klaver
4 december 2019 op de leeftijd van 92 jaar

Op 4 december 2019 overleed Aafje Rustenburg-Klaver, in haar vertrouwde omgeving, aan de Parklaan in Medemblik. De laatste jaren en zeker de laatste weken gaven haar dochters Tini en Ariena haar alle zorg en aandacht die nodig was. Zo ontving Aafje wat zij zelf altijd gegeven had, liefde, zorgzaamheid, betrokkenheid. Aafje Klaver werd op 13 januari 1927 in Opperdoes geboren. Zij trouwde met Renze Dirk Rustenburg, die zijn werk vond in de zuurkoolfabriek. Samen kregen zij acht kinderen. Het grote huis van opa en oma Rustenburg werd hun thuis. En op de enorme zolder werd jaren lang door groot en klein verstoppertje gespeeld. Aafje was een lieve, zorgzame en altijd positieve mamma. Moeder zijn was haar vak. In het grote gezin was het hard werken én waren er vele momenten om van te genieten. Met haar unieke humor, was zij overal voor in en maakte zij graag grappen. Zij was een betrokken oma en omi, die van harte meedeed met spelletjes. Ze was hartelijk, eerlijk en sociaal. Altijd verzorgd. Soms iets te ijdel. Liever het mooie jasje, dan het warme jasje… Veertig jaar heeft Aafje in Medemblik gewoond. Zij kwam trouw naar de Bonifaciuskerk en later naar de middagen voor ouderen. Geloven was voor haar belangrijk. Ze gaf het aan de kinderen mee, maar liet hen vrij hierin hun eigen keuzes te maken. Zelf groeide ze in haar geloof met de tijd mee. Ook al kon zij de laatste jaren niet meer naar de kerk, geloof, vertrouwen bleef. En zij had het nodig, om haar veerkracht te behouden, om verder te gaan als het leven moeilijke tijden gaf. Er was verlies. Er was verdriet, om Michel, om haar man, om Jan en Gerda en Jeffrey, om velen die haar lief waren. Toch hervond ze gaandeweg weer de kracht om vrolijk te zijn. Onderweg, februari maart 2020 5 Over het moment van haar eigen afscheid had zij goed nagedacht. Alles wat ze uitgekozen had, paste bij elkaar. De liederen, de bijbeltekst, het weerspiegelde heel haar hoop en vertrouwen. Alles ademde Aafje. Op 9 december werden tekst en liederen werkelijkheid tijdens de afscheidsdienst in Opperdoes. Wij hoorden het visioen van Johannes, Openbaring 21: 1-7. Over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Over geen tranen meer, geen dood, geen rouw, geen pijn. Over God, die het begin en het einde is, onze oorsprong en onze toekomst. Het vulde Aafjes hoop, hoe het leven haar ook op de proef stelde. Eenmaal zie ik al uw luister, als ik in uw hemel kom! Dit is één van zinnen uit één van de liederen, die wij zongen, voor het laatst rondom haar. Wat voorbij de grens van het leven ligt, weten we niet. Wel kunnen we mét Aafje het vertrouwen op de liefde van God vasthouden. In de hoop, dat soms éven de hemel opengaat, voor allen die Aafje moeten missen, voor ons allen, en dat er dan een straal van licht naar ons toe stroomt. Alsof zij ons weer even stralend toelacht…

Gre Struik-Rustenburg
21 oktober 2019  op de leeftijd van 80 jaar
Zij was een lieve zorgzame moeder, schoonmoeder, oma en overoma. In Opperdoes groeide zij op. Gerrit Struik uit Wieringerwerf zag haar daar, een mooi meisje van 16, en de liefde is altijd gebleven. Toen Gre 20 was trouwde ze met hem. Er kwamen drie kinderen: Annet, Jolanda en Herman. Er kwamen partners, kleinkinderen en achterkleinkinderen. En Gre, de over-oma op de Waterborg, paste ook op de allerkleinsten. Eind vorig jaar en begin dit jaar gebeurde het onvoorstelbare. Zowel Gerrit als zoon Herman werden ernstig ziek. Ook nu probeerde Gre en haar gezin als altijd zo goed mogelijk te leven en de zorgen zo goed mogelijk op te pakken, als het kon met wat humor. Maar het verdriet werd intens toen Herman en Gerrit kort na elkaar overleden. Gerrit stierf op een zondag; zo bleef de zondag een beladen en vaak emotionele dag, waarop Gre niet naar de kerk kon. Via de televisie hield zij op zondagochtend het lijntje met de hemel vast. En ze ging weer door. Samen met de kinderen stond zij het afgelopen jaar stil bij belangrijke verdrietige data. Gre leefde vanaf haar jeugd vrij in haar geloof. Ze wilde niet alles in de bijbel letterlijk nemen en niet alles met God verbinden. Hoe zou het kunnen, als God zo vaak ongrijpbaar is. Liever vertrouwde Gre op de liefde en vertrouwde zij erop, dat hen die zij liefhad in de hemel geborgen zijn. En zo openden haar kinderen dan ook het bericht van haar overlijden: Degene die ik liefheb verlaat ik om degenen die ik liefhad terug te vinden Verdrietig en dankbaar hebben familie en vrienden op 28 oktober van Gre afscheid genomen. Dat er voor hen kracht is en herinneringen, in blijvende liefde.
 
 
 
 
 
 
terug